21 May, 2013
Text Size

Translate

De 20e eeuw was een periode van grote veranderingen in Spanje. De monarchie maakte plaats voor Primo de Rivera 's dictatuur en vervolgens naar de Tweede Spaanse Republiek. Franco aan de macht kwam na het einde van de Burgeroorlog en beheerst in Spanje door middel van een militaire dictatuur tot aan zijn dood in 1975. Juan Carlos I, gekozen door Francisco Franco aan de dictatuur blijven, ingestemd met de hervorming in het Spaans om te zetten in een parlementaire democratie.   20e eeuw Historische Context Alfonso XIII de troon besteeg in 1902, en regeerde tot aan de staatsgreep van Primo de Rivera in Tijdens de 60's en 70's, de ontwikkeling van Spanje voortgezet, maar niet met gelijke kracht in alle delen van Spanje (de grote steden als Madrid, Barcelona en Valencia zijn meer ontwikkeld, maar de rest als Spanje, vooral in het zuiden, die leed aan een grote economische crisis), die zware ongelijkheden tussen de regio's veroorzaakt. Hoewel de kwaliteit van het leven van de Spaanse verbeterd, kan hetzelfde niet gezegd worden voor hun persoonlijke en politieke vrijheid. De groeiende onvrede van de mensen gaf manier om opstanden van arbeiders en studenten.  Franco stierf op 20 november 1975, en Juan Carlos I werd uitgeroepen tot koning van Spanje. Hij beloofde zich te houden aan de beginselen van het Nationale Beweging, die zijn gemaakt door Franco aan de dictatuur te bestendigen na zijn dood, maar in plaats daarvan hij gebruikte ze om het referendum te bevorderen voor de politieke hervormingen; de resultaten waren 94% in het voordeel. Dit markeerde het begin van de overgang van Spanje naar een parlementaire democratie.1923. De regering van Alfonso XIII werd gekenmerkt door een zeer onstabiele politieke situatie, vooral gemotiveerd door zijn gebrek aan respect voor zijn rol als scheidsrechter tussen de drie machten van de staat (wetgevende, uitvoerende en rechterlijke). De lagere sociale klassen waren ook ontevreden over hun situatie, omdat ze niet over een echte vertegenwoordiging in de regering die eruit zou zien na hen, en de Rif oorlog had veroorzaakt veel problemen, waarvan vele werden niet opgelost. Dit, samen met de moeilijke situatie in Catalonië, die wilde om onafhankelijk te worden, en de komst van het Italiaanse fascisme met Mussolini aan het hoofd, maakte plaats voor de dictatuur van Primo de Rivera na de staatsgreep die plaatsvond in Madrid in 1923 . De dictatuur van Primo de Rivera duurde 1923/30. Zodra hij aan de macht was (met toestemming van de koning), verklaarde hij een staat van oorlog, en de afschaffing van de Grondwet en van de grondwettelijke waarborgen. Omdat de dictatuur was echter van een overgangsregering tot dingen gekalmeerd Primo de Rivera gestopt met de lokale autoriteiten en de belangrijkste administratieve taken, en vervangen ze met militairen. In het begin werd dit initiatief door de mensen als gevolg van hun teleurstelling in het vorige regime. Dit duurde tot 1925, en na dat Primo de Rivera werd gedwongen om burgers in staat posities op te nemen. De administratieve hervorming werd gedaan door Primo de Rivera en Calvo Sotelo , en het culmineerde in de Gemeentelijke statuut, dat een zekere autonomie die de ontwikkeling van de gemeenten zou toelaten toegestaan, maar het kwam niet akkoord met de algemene verkiezingen die was zeer gevraagd door de mensen . De economische groei van Spanje en het succes van Primo de Rivera's beleid was niet genoeg voor de mensen, die waren niet blij met de dictatuur. De arbeiderspartijen begon te populariteit te danken aan de absolute gebrek aan goede arbeidsomstandigheden te krijgen, en zelfs degenen die van Primo de Rivera goedgekeurd in het begin begon de effecten van repressie en censuur te voelen. De algemene ontevredenheid bereikte het leger, en begon de eerste republikeinse opstanden. De krachten achter de linkse partijen ondertekend het Pact van San Sebastián, waarin zij zijn overeengekomen om te proberen en te verkondigen een republiek en maakte een einde aan de dictatuur. De economische situatie in Spanje was snel toenemende en verliet het land niet in staat om de veronderstellen Grote Depressie van 1929. Primo de Rivera werd gedwongen af te treden in januari van 1930 door Alfonso XIII. Een opeenvolging van niet en instabiele regeringen volgden, maar na de verkiezingen van 1931 en de overwinning van de republikeinse partijen in de meeste van Spanje, de Tweede Spaanse Republiek werd uitgeroepen en met 14 april van 1931. De Tweede Spaanse Republiek kunnen worden onderverdeeld in twee grote periodes: Reformistische periode van twee jaar (1931-1933): Na de goedkeuring van de nieuwe grondwet in 1931, een nieuwe regering werd opgericht, gevormd door linkse gevleugelde en Republikeinse partijen, met Manuel Azaña aan het hoofd. De verschrikkelijke sociale en economische situatie van de dictatuur had Spanje in gedwongen Azaña aan vele hervormingen door te voeren: hij vestigde het algemeen kiesrecht, onderwijsvernieuwingen gepromoot in de scholen en agrarische hervormingen in de agrarische gemeenschappen, en draaide Spanje in een seculiere staat. Echter, Azaña was ook erg bekritiseerd, en Spanje werd verdeeld in een linker vleugel en rechter vleugel. Radical tweejaarlijkse (1934-1936): De verkiezingen van 1933 gaf de overwinning aan de conservatieven. Dit werd veroorzaakt door de groeiende sociale spanningen, de versnippering van de linker gevleugelde partijen vanwege hun onvermogen om een gemeenschappelijke grond te bereiken, en de niet-deelname van de anarchisten. De tweede en laatste verkiezingen van de Tweede Spaanse Republiek vond plaats in 1936, en resulteerde in de overwinning van de " Volksfront ", een linker gevleugelde coalitie gevormd door PSOE, Izquierda Republicana en Unión Republicana onder andere, en Azaña werd opnieuw benoemd tot President van State. De groeiende spanningen en ontevredenheid van de mensen maakte plaats voor de Spaanse burgeroorlog in 1936, die sommige historici zeggen ook werd veroorzaakt door de moord op Calvo Sotelo, leider van de oppositie. De Spaanse Burgeroorlog overspant 1936/39, en het eindigde met de beklimming van Francisco Franco als voorzitter van Spanje en de vestiging van een andere dictatuur, die duurde tot 1975. De dictatuur van Franco werd beveiligd door de politieke en economische onderdrukking van de oppositie. Zijn economisch beleid waren gebaseerd op autarkie veroorzaakt door de II Wereldoorlog, waar Franco verzonden Blauwe Divisie, een groep van soldaat vrijwilligers die Hitler hielp in de oorlog tegen de Sovjet-Unie. In de jaren 50, in de context van de Koude Oorlog, de geografische positie van Spanje en de militaire dictatuur werd uiteindelijk strategisch belang voor de Verenigde Staten en hun Europese bondgenoten tegen de Sovjet-Unie. Spanje alliantie met de VS eindigde met de internationale isolatie en hielp het openstellen van de economie, maar het was niet in staat om bij te praten met de rest van de Europese democratieën. Tijdens de 60's en 70's, de ontwikkeling van Spanje voortgezet, maar niet met gelijke kracht in alle delen van Spanje (de grote steden als Madrid, Barcelona en Valencia zijn meer ontwikkeld, maar de rest als Spanje, vooral in het zuiden, die leed aan een grote economische crisis), die zware ongelijkheden tussen de regio's veroorzaakt. Hoewel de kwaliteit van het leven van de Spaanse verbeterd, kan hetzelfde niet gezegd worden voor hun persoonlijke en politieke vrijheid. De groeiende onvrede van de mensen gaf manier om opstanden van arbeiders en studenten. Franco stierf op 20 november 1975, en Juan Carlos I werd uitgeroepen tot koning van Spanje.Hij beloofde zich te houden aan de beginselen van het Nationale Beweging, die zijn gemaakt door Franco aan de dictatuur te bestendigen na zijn dood, maar in plaats daarvan hij gebruikte ze om het referendum te bevorderen voor de politieke hervormingen; de resultaten waren 94% in het voordeel. Dit markeerde het begin van de overgang van Spanje naar een parlementaire democratie.  
Categorie: Geschiedenis
PROVINCIA DE HUESCA - Als een vastgelopen reuzen cruise schip ligt midden in een afgelegen dal vlak bij de Franse grens en omringd door ruige bergtoppen het enorm grote en volledig verwaarloosde stationsgebouw van Canfranc. Ook al heeft de tand des tijds het gebouw flink gemarkeerd, het doet overrompeld nog steeds door de bouwstijl en de 240 meter lengte. Niets doet echter vermoeden dat dit station gedurende de Tweede Wereldoorlog het decor was voor het transport van door de nazi’s gestolen goud, internationale spionage en de vlucht van honderden joden.   Ambitieus project Iedereen die het station voor het eerst nadert - dat kan nog twee keer per dag in een boemeltje van Renfe (de Spaanse Spoorwegmaatschappij) – dat Canfrancverbindt met Jaca en zo met Zaragoza, vraagt zich ongetwijfeld af waarom het buitenproportionele gebouw uitgerekend op deze verlaten locatie staat. Aan het einde van de negentiende eeuw zagen de Spaanse en Franse regering Canfranc echter als belangrijke verbinding. Het kleine dorpje werd vanwege de ligging dichtbij de Franse grens gekozen als locatie voor internationaal transport van goederen en passagiers. Via Canfranc werd Zaragoza in Spanje verbonden met Toulouse en Bordeaux in Frankrijk. Treinen zouden door de Somport tunnel de grens in de Pyreneeën oversteken. Het grensstation zou zowel door een Spaanse als een Franse douane gecontroleerd worden. Goederen en passagiers dienden enkel te worden ‘overgeheveld’ van de Franse zijde via de douane naar de Spaanse zijde, of andersom. Omdat de Spaanse sporen nog niet aan de Europese afmetingen waren aangepast, werd op deze wijze ook dat probleem opgelost. Bouw De bouw van het station had vanwege de omvang heel wat voeten in de aarde. Vooral om al het materiaal op de relatief afgelegen plek in het hooggebergte te krijgen. In 1915 werd de eerste steen gelegd en tien jaar later - met enige vertraging, opgelopen door de Eerste Wereldoorlog - werd de bouw afgerond. In juli 1928 werd het indrukwekkende station geopend door koning Alfonso XIII, Generaal Primo de Rivera en de Franse premier Paul Painlevé. In de jaren dertig gonsde station Canfranc van activiteit en internationale stromen van passagiers en goederen. Aan de bloeiende commercie bij het kleine dorpje kwam echter een bruut einde toen de Spaanse Burgeroorlog uitbrak en het station voor enkele jaren werd gesloten om een invasie vanuit Frankrijk te voorkomen. Modernistisch en industrieel Het modernistische, smalle maar lange gebouw is over de lengte in drieën verdeeld. In het centrale deel bevonden zich de op enorme houten biechtstoelen lijkende loketten. In elke zaal werden grote glas-in-loodramen gecombineerd met klassieke pilaren en donker houtwerk. Buiten het station stonden nog een luxehotel, een hospitaal, enkele douanekantoren, politiebureaus van beide nationaliteiten en een groot postkantoor. Met in totaal driehonderd ramen en 156 deuren, een leistenen dak, muren van verzwaard beton, talloze zuilen en andere modernistische Spaanse en Franse elementen, voldeed het station zeker aan zijn doelstelling representatief te zijn voor de zojuist ingeluidde eeuw. Het industriële karakter van het gebouw, verkregen door veelvuldig gebruik van glas, ijzer en beton, is kenmerkend voor de architectuur uit die tijd. Buiten het hoofdgebouw kende het station verschillende laad- en losplaatsen voor het overladen van goederen en opslag van machines. Belangrijke vondst Op een middag in oktober van het jaar 2000 vond de uit Spaanse ouders geboren Franse buschauffeur en gids, Jonathan Díaz, in een verlaten loohttp://meerspanje.nl/historie/30692/toch-weer-toekomst-voor-europas-grootste-spookstation/ds op het terrein van station Canfranc documenten. Bij thuiskomst ontdekte hij papieren waarop melding werd gemaakt van ‘goudstaven’. Dit vond hij niet al te vreemd omdat hij hierover al vele malen had gehoord van zijn oudere dorpsgenoten. Díaz keerde terug om de rest van de documenten te halen. Vanaf dat moment werden de papieren een obsessie voor hem en ontdekte hij over de goudtransporten van de Duitsers. Na een uitgebreide studie reisde hij met zijn bijzondere bevindingen naar Zaragoza voor hulp en meer informatie, maar daar kreeg hij nul op het rekest. Meteen nadat Díaz zijn vondst bekendmaakte, verzamelde Renfe in totaal nog 24 postzakken vol met documentatie uit de jaren dertig, veertig, vijftig en zestig. Inmiddels doen juridische medewerkers van Renfe verwoede pogingen de beladen papieren van de Franse vinder terug te vorderen. Renfe zelf zegt dat de in beslaggenomen documenten nauwkeurig worden bestudeerd in samenwerking met de Spaanse douane, de rechtmatige eigenaar ervan. Goudtransporten nazi’s De door Díaz gevonden papieren gaven tot dan toe ‘vergeten’ informatie vrij over de handel en wandel van de nazi’s op Canfranc tijdens de Tweede Wereldoorlog, toen het station onder toezicht stond van de Duitse SS en Gestapo. De zogenaamde neutraliteit van Spanje tijdens de Tweede Wereldoorlog leverde voor de Duitsers een perfecte dekmantel op voor het transport vahttp://meerspanje.nl/historie/30692/toch-weer-toekomst-voor-europas-grootste-spookstation/n goud en andere door de Duitsers van joden gestolen goederen. Uit de documenten blijkt dat het ging om 86,6 ton goud, 4 ton zilver, 10 ton horloges, 44 ton wapenmateriaal en 4 ton opium. De gestolen goederen werden in Zwitserse treinen van Duitsland naar Spanje en Portugal getransporteerd. Delen van de tonnen aan edelmetaal werden vervolgens in Lissabon op schepen geladen om naar Zuid-Amerika te koersen. Naast het gestolen goud passeerden tegen het einde van de oorlog ook op de vlucht geslagen Duitsers deze route naar verschillende landen op het Zuid-Amerikaanse continent. Wolfraam Spanje was dan niet in oorlog met het Derde Rijk, maar had wel wat schuld opgebouwd door tijdens de burgeroorlog hulp van Hitler aan te nemen. Deze schuld werd afbetaald met wolfraam, gewonnen in Galicische mijnen. Met dit mineraal pantserden de Duitsers hun tanks en kanonnen. De rest van het wolfraam werd door de Duitsers betaald met minstens 12 ton goud en 4 ton opium, zo blijkt uit de door Díaz gevonden gegevens. Vlucht van joden De internationale douane op Canfranc vormde voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog ook de poort naar de vrijheid voor joden die voor de Duitsers op de vlucht waren. Officiële gegevens tonen aan dat ongeveer dertigduizend joden de Spaanse ghttp://meerspanje.nl/historie/30692/toch-weer-toekomst-voor-europas-grootste-spookstation/rens overstaken via de drie grensovergangen die er destijds waren: Port Bou, Canfranc en Hendaya. Uit de memoires van de inmiddels gestorven Antonio Galtier Rimbaud - officier bij de douane op Canfranc tussen 1935 en 1946 - blijkt dat duizenden joden via station Canfranc richting Noord-Afrika en Zuid-Amerika vluchtten of Spanje en Portugal als eindbestemming hadden. Volgens Rimbaud was de relatie tussen de Duitsers en de Spanjaarden in Canfranc niet al te best, ondanks dat het Derde Rijk Spanje niet was binnengevallen. Hoewel Franco joden zijn grens liet passeren, hielden de Duitsers er regelmatig genoeg tegen. Volgens Rimbaud waren de scènes die zich vervolgens op het station afspeelden hartverscheurend. Veel gezinnen die half Europa hadden doorkruist om hun levens te redden, werden - eindelijk in het ‘veilige’ Spanje aangekomen - door de Gestapo weer teruggestuurd. Enkelen werden gevangen genomen, anderen sloegen op de vlucht en degenen die het wél was gelukt om in de centrale hal terecht te komen, moesten nog een kaartje naar een veilige bestemming zien te bemachtigen. Wie dat niet lukte, werd uiteindelijk door de Duitsers ook weer teruggestuurd of erger. Nieuw leven na het verval? Na afloop van de Tweede Wereldoorlog werden de activiteiten pas in 1949 weer hervat. Ook al vonden er weer internationale transporten plaats via Canfranc, nooit kwam het internationale goederen- en personenvervoer meer op het niveau van de jaren dertig. In januari 1970 stortte een trein van de Franse spoorbrug en sindsdien weigerde de Franse overheid de brug te restaureren, waarmee het laatste gedeelte van het traject naar Canfranc opgebroken bleef en Canfranc opeens een eindstation werd. Herhaaldelijke en dringende verzoeken van de Spaanse overheid om de brug te restaureren leverden niets op. Door het geringe belang van het dorpje Canfranc zelf kwamen er al gauw nog maar twee treinen per dag en raakte het stationsgebouw in verval. En ondanks dat het door de regering van Aragón tot historisch-artistiek monument werd verklaard, werd het chronisch door diezelfde autoriteiten genegeerd. Het gevolg hiervan, mede dankzij het strenge bergklimaat, laat zich raden: het gebouw van nog niet eens een eeuw oud is aan alle kanten ernstig beschadigd. In 2005 ondertekende de Spaanse overheid een akkoord voor een omvangrijk project waarbij een luxe hotel en een groot winkelcentrum het oude stationsgebouw weer nieuw leven moesten inblazen. Door geldgebrek werd het project na verloop van tijd stilgelegd. Eind maart 2012 werden nieuwe plannen voor het station en het omliggende terrein gepresenteerd. Ook burgers konden via een wedstrijd hieraan hun steentje bijdragen. In december van dat jaar werd Canfranc voor een symbolisch bedrag van 3 ton door het Spaanse ministerie van Ontwikkeling verkocht aan de regionale regering van Aragón. Het laatste plan is om van het station weer een luxe-hotel te maken en middels een kabelbaan het terrein te verbinden met de skigebieden Astún, Candanchú en Formigal. Zoals het er nu naar uitziet (begin 2013) zal men in de loop van 2013 starten met de bouwwerkzaamheden en wordt het reusachtige stationsgebouw weer in ere hersteld. Bron:http://meerspanje.nl/historie/30692/toch-weer-toekomst-voor-europas-grootste-spookstation/
Categorie: Geschiedenis
Ruim 35 jaar geleden was het bericht van Franco’s dood het beste nieuws dat miljoenen Spanjaarden in decennia hadden gehoord. Tegelijkertijd werden er ook vele tranen van verdriet weggepinkt.  Na een hemeltergend ziekbed van vijf weken, blies dictator Franco op 82-jarige leeftijd zijn laatste adem uit. Met hem stierf na veertig jaar de enige dictatuur in Europa. Zou El Caudillo nu op kunnen staan uit zijn graf, dan zou hij in niets het Spanje dat hij achterliet meer herkennen. Na de door hem gewonnen Spaanse Burgeroorlog in 1939 startte hij een autoritair regime, waardoor het land op elk gebied bij de rest van Europa achterbleef. Juan Carlos Door vertrouweling en kroonprins Juan Carlos als zijn opvolger – diep in zijn hart was hij monarchist – aan te wijzen, dacht Franco een stabiele voortzetter van zijn gedachtegoed te hebben gevonden. Tot ieders verrassing ontpopte Juan Carlos zich echter tot de motor achter de hervormingen van Spanje. Via een voorzichtig proces van politieke reformatie leidde de kersverse koning het dictatoriale Spanje praktisch geruisloos naar de democratie met een politieke, economische en sociale transformatie als gevolg. Waar veertig jaar lang niets de dictatuur omver had kunnen werpen, behoorden gewelddadige morele onderdrukking, censuur en centralisme na de dood van de dictator meteen tot het verleden. Spanjaarden konden weer in vrijheid praten, denken en schrijven. Het Spanje onder Franco Na afloop van de Burgeroorlog, lag de Spaanse economie op zijn achterste. Het welvaartspeil lag ver onder dat van andere Europese landen. De industriële sector, voor de oorlog nog op redelijk niveau, was sterk verouderd en de infrastructuur ronduit beroerd. Door het feodale landbouwsysteem en de handelsboycot vanuit de Verenigde Naties, heerste er enorme armoede. Spanje ontving geen hulp op grond van het Marshall Plan en leed honger tot in 1950 de handelsboycot werd opgeheven. Tot halverwege de jaren veertig werd iedereen die tijdens de oorlog had meegevochten aan de zijde van Franco’s republikeinse tegenstanders zonder procesgang gevangengenomen en levenslang opgesloten of geëxecuteerd. Zo’n 35.000 politieke tegenstanders werden vermoord, 300.000 vijanden van het regime werden gevangen genomen en nog zo’n 300.000 Spanjaarden gingen al dan niet gedwongen in ballingschap. Op dit moment zijn nog steeds 30.000 mensen vermist. Cultuur Door een nieuwe censuur werden persvrijheid en vrijheid van meningsuiting volledig aan banden gelegd. Enkel nationalistische boodschappen vonden hun weg naar het Spaanse volk. Theaters werden gesloten en carnaval werd verboden. Bioscopen bleven geopend omdat Franco zelf erg hield van de film. Welke films vertoond mochten worden was volledig onder controle van de overheid. De enige taal die officieel was toegestaan was het Castilliaans. Andere regionale talen werden uitgebannen. Onder Franco werd de macht van de Rooms-katholieke kerk hersteld. Huwelijken werden verplicht voor de kerk ingezegend en kinderen verplicht gedoopt. Buitenechtelijke seks was strafbaar. Priesters hadden een soort waakhondfunctie en zagen toe op naleving van alle regels. Vrouwen werden verbannen naar het aanrecht en dienden zich volledig toe te leggen op hun gezin. Pas vanaf 1963 mochten vrouwen de sterk gestegen vraag naar arbeid helpen verlichten en gingen buitenshuis tegen betaling aan de slag. Andersdenkenden in de ruimste zin van het woord werden gedwongen zich te bekeren, werden verbannen of vaak ook vermoord. Homoseksualiteit was (officieel tot 1979) bij wet verboden. Schoolboeken werden herschreven en het bijbrengen van nationalistische waarden vormde de basis voor het gehele onderwijssysteem, waarbinnen jongens en meisjes gescheiden werden gehouden. Economie Vanaf het begin van de dictatuur werd de economie strak gereguleerd met onder meer een vast loonstelsel, gecontroleerde wisselkoersen en importquota. Door gebrek aan kapitaal om te investeren bleef vernieuwing uit. De landbouwproductie was laag en de economie was in grote mate afhankelijk van goede oogsten. Lonen lagen in 1945 gemiddeld dertig procent lager dan in 1936, terwijl prijzen bijna verdrievoudigd waren. Een enorme leegloop van het platteland naar de grote steden kwam hierdoor op gang. In de jaren vijftig zette Spanje de deur naar de rest van de wereld op een kier. Door toelating van Amerikaanse legerbases ontving de overheid omvangrijke leningen. Het geld werd voornamelijk geïnvesteerd in de bouw van huizen, electriciteitscentrales, stuwmeren, wegen en later ook in het toerisme. Toetreding tot de Verenigde Naties in 1955 had een nieuwe economische impuls tot gevolg. Midden jaren zestig ontdekten toeristen het land mede als gevolg van de overheidscampagne: ‘Spanje is anders’. Vanaf het moment dat in de jaren zestig door ander buitenlandbeleid mogelijkheden groter werden, trokken twee miljoen Spanjaarden als gastarbeiders naar Noord Europa. Franco´s dood Overal knalden op 20 november 1975 duizenden champagnekurken, nadat premier Arias Navarro op de nationale radio Franco’s dood had aangekondigd. Op hetzelfde moment kwamen duizenden mensen op de been om te rouwen om het verlies van hun leider. De twee gezichten van Spanje stonden gelijktijdig in de schijnwerpers. El Caudillo werd begraven in de ondergrondse, uit een berg gehakte, kathedraal inValle de los Caidos (de vallei der gevallenen), iets ten noorden van Madrid. Dit bombastische monument werd na de burgeroorlog in zijn opdracht door 20.000 Republikeinse krijgsgevangenen, onder barre werkomstandigheden gebouwd. Het kruis van 150 meter hoog herinnert van grote afstand nog steeds aan de dictator. Nu biedt de vallei dagelijks toegang aan een vreemde mengeling van toeristen, franco-aanhangers en ultra rechtse nationalisten. Nadat het bestuur over Spanje in november 2011 door de socialisten werd overgedragen aan de centrumrechtse volkspartij, Partido Popular, besloot dit PP-bestuur onder leiding van Mariano Rajoy het ‘Franco-monument’ te restaureren en weer open te stellen voor publiek. Hiermee werd het advies van de voorgaande regering, om de resten van Franco naar elders te verplaatsen en daarmee de vallei tot monument voor álle gevallenen uit de Burgeroorlog en daaropvolgende dictatuur te makenen uit de Burgeroorlog te maken, van tafel geveegd. De overgang naar democratie “Als het ons lukt een eenheid te blijven, dan hebben we de toekomst al gewonnen.¡Viva España!” Met deze woorden beëindigde Koning Juan Carlos de Bourbon zijn toespraak ter gelegenheid van zijn kroning, die slechts 56 uur na Franco´s dood een feit was. Met de overname van het leiderschap van Spanje wachtte de nieuwbakken Koning een zware taak. Een groot deel van de Spanjaarden hield hem argwanend in de gaten. Juan Carlos leek immers de rechterhand van Franco te zijn. Als snel bleek echter dat het zijn intentie was om van Spanje een stabiele en vrije democratie te maken. Na de eerste democratische verkiezingen op 15 juni 1977 werd op 6 december 1978 de nieuwe grondwet een feit. Autonome deelstaten als Catalonië en Baskenland zagen als eersten in 1979 het levenslicht. Steeds meer overheidstaken werden gedecentraliseerd. Om geen al te grote onrust te veroorzaken kon een groot aantal sleutelfiguren uit de Franco-periode op belangrijke posten blijven zitten. Universele vrijheden zoals die van meningsuiting en vrijheid van religie werden weer erkend. Politieke partijen, ook de communistische partij, werden opgericht of kregen opnieuw toegang tot het parlement. Vakbonden ontstonden en politieke gevangenen werden vrijgelaten. Regionale parlementen en regeringen werden gekozen en daarmee werd Spanje in rap tempo gedecentraliseerd. Toetreding tot de EG werd na zes jaren van zware onderhandeling in 1985 eindelijk een feit. De tweede helft van de jaren zeventig kende Spanje een ware geboortegolf die met gemiddeld drie kinderen per vrouw tot de grootste van Europa hoorde. Nu is het vruchtbaarheidscijfer met 1,1 het laagste. De anticonceptiepil bestond al maar was tijdens de dictatuur slechts zeer beperkt verkrijgbaar. Hoewel de emancipatie van de Spaanse man nog steeds behoorlijk achterloopt bij die van zijn Europese collega’s is veertig procent van de Spaanse vrouwen aan het werk. In 1981 werd de wet op scheiding ingevoerd. Vanaf 1985 is abortus niet langer strafbaar en vanaf 2005 werd het homohuwelijk goedgekeurd. Media Meteen na het herstel van de persvrijheid werden veel kranten, waaronder El Pais en talloze regionale titels, opgericht. Opiniebladen stortten zich enthousiast op hun nieuwe taak en spotprenten en satirische programma´s behoorden snel tot de populairste genres. De televisie ging over naar kleur en de eerste commerciële zenders Antena 3 en Telecinco werden eind jaren tachtig opgericht. In dertig jaar vond een grote overgang plaats van strenge censuur naar debatten over telebasur (televiezigheid). Uit vrees voor ook maar de geringste mate aan censuur bestaat er in Spanje geen orgaan dat toezicht houdt op de uitzendingen. Onderwijs Steeds meer kinderen kregen weer gemengd onderwijs en het nationalistische gedachtegoed werd langzaam vervangen door veelzijdige leerstof. Nog steeds blijft de wetenschappelijke traditie in Spanje echter achter bij die van de rest van Europa en zijn er nog publieke scholen te vinden (vooral op het platteland) waar achterhaalde lesmethoden uit de Franco periode worden gebruikt. Kerk Ook in Spanje nam de afgelopen decennia het aantal kerkgangers drastisch af. Deze teruggang werd deels veroorzaakt doordat mensen de kerk vereenzelvigden met het regime van Franco. Nu gaat nog maar een derde van de bevolking naar de kerk. Het leger Een ander belangrijk fundament van de macht van Franco was het leger. Enkele uren na een mislukte couppoging van enkele militairen in 1981, verscheen koning Juan Carlos in militair uniform met een heldere boodschap voor alle Spanjaarden. Militairen dienden te allen tijde de grondwet en dus ook de democratie te respecteren. De regering was immers democratisch gekozen, dus legitiem. Het leger was destijds door een systeem van vaste promoties zo groot, dat er in 1985 een speciale wet werd ingevoerd die militairen de mogelijkheid bood om met behoud van salaris te vertrekken. 16.800 officieren profiteerden hiervan. Het spookleger kostte de staat jaarlijks zo´n 250 miljoen euro. In de jaren tachtig en negentig kende geen enkel ander Europees land zoveel jongeren met gewetensbezwaren om bij het leger te gaan als Spanje. De helft van de dienstplichtigen wist uit het leger te blijven en in 2002 werd de dienstplicht volledig afgeschaft. Populaire koning Tenslotte is het koning Juan Carlos gelukt om in politiek en economische opzicht zeer labiele tijden een zo vloeiend mogelijke overgang van dictatuur naar democratie voor Spanje te bewerkstelligen. Spanjaarden waren vlak na het einde van de dictatuur niet echt koningsgezind. Nu is Juan Carlos’ positie, ondanks enkele recente schandalen, vrij onaantastbaar en draagt een groot deel van de Spanjaarden hem op handen. bron:http://meerspanje.nl/historie/30661/francos-dood-was-spanjes-wedergeboorte
Categorie: Geschiedenis
De ‘axarco’ vertelt tegelijkertijd over het leven van de geestelijk vader van deze munt: Antonio Gámez Burgos, de grootste fan van de regio La Axarquía Vanuit zijn overweldigende passie voor zijn geboortestreek stond deze man aan de wieg van de enige locale muntsoort die in Europa nog naast de euro bestaat.   De munt, die de axarco werd genoemd - een naam die in het Arabisch verwijst naar het woord ‘oriënt’ - moest een middel vormen waardoor de bewoners van de veelzijdige streek aan de oostkant van Málaga, zich verbonden zouden voelen. Antonio, die zich ook wel Said - ‘don’ in het Arabisch - de la Alquería del Gamal - zijn familienaam die teruggaat tot in de vijftiende eeuw - liet noemen, was scheikundige van beroep. Enthousiaste intellectueel Zijn brede interesse deed hem echter via de geschiedenis van vooral Al-Andalus, stuiten op de munt ‘el zagal’ die tussen 1480 en 1490 in dezelfde streek circuleerde. Hij raakte gefascineerd door het fenomeen van een lokale munt en besloot naar het voorbeeld van ‘el zagal’ zelf ook een munt in omloop te brengen. Naast een groter gevoel van eenheid was promotie voor de streek een ander doel van dit initiatief van de man die op dat moment nog afgevaardigde was van de gemeente Vélez-Málaga. In onze ontmoeting [in augustus 2006] herhaalt de zeer aimabele en gezond ogende Antonio voortdurend dat hij al een oude man is. Later meldt hij ergens dat hij setenta y pico (ergens in de zeventig) is. Rook De ene sigaret na de andere opstekend - ‘ik rook vier á vijf pakjes per dag en soms liggen er wel drie brandende sigaretten tegelijk in asbakken verspreid door mijn thuisbibliotheek’ - blijkt hij tussen de vele trekjes door ook nog enorme watervallen aan kennis over te kunnen dragen. Zijn stem is het enige dat door de vele rook aangetast lijkt te zijn, maar die weerhoudt hem er niet van oeverloos te praten. Van de hak op de tak springend laveert hij langs onderwerpen uit de lokale geschiedenis, filosofeert hij over het belang van de aanwezigheid van de Moren voor de streek en vertelt hij meer over de Axarco zelf. ‘Ik lees alles wat los en vast zit en heb thuis bergen met boeken over geschiedenis, letterkunde, scheikunde, filosofie en natuur. Voor mijn beroep als scheikundige reisde ik voor congressen naar landen als Venezuela, Brazilië, de Verenigde Staten en ook naar Nederland’. Enthousiast voegt hij toe: ‘Nederlanders zijn geweldige mensen, alleen halen ze wel al hun bloemen uit andere landen. Tijdens mijn vele reizen heb ik geconcludeerd dat mensen in de kern overal hetzelfde zijn. Hun achtergrond kan dan wel anders zijn maar ik zie cultuur vooral als hetgeen iemand weet en dat wat hij heeft overgehouden aan alle kennis die een persoon gedurende het leven heeft opgedaan.’ Naar zijn eigen maatstaf gemeten, blijkt Antonio Gámez Burgos een uiterst cultureel heerschap en een zeer interessante persoonlijkheid te zijn. Collectors items De afspraak, die geheel volgens Zuid-Spaanse traditie een uur te laat begint in de bar van het gemeentehuis van Vélez-Málaga, wordt vervolgt in Antonio’s favorietePeña (bar voor een vriendenclub) om de hoek. Hier accepteert men de axarco als betaalmiddel, de eigenaar is zelf verwoedt verzamelaar van munten. Al voegt Antonio toe dat het niet slim is om met axarco’s te betalen, want eenmaal van de hand gedaan, zie je ze nooit meer terug. De munten zijn inmiddels echte collectors items geworden. Hij schat dat er op dit moment ongeveer vijfhonderd ‘zakjes’ met munten circuleren, maar precies weten doet hij dat niet. Hij vindt het beter een en ander te omringen met wat mysterie, want als er teveel axarco’s zijn, verliest de munt zijn waarde. Zilveren munten Eén zwart zakje van velours bevat drie zilveren munten. De grootste, 1 axarco, weegt twintig gram. De waarde van de munten is gelijk aan de waarde van het zilver uitgedrukt in gewicht. 1 axarco is inwisselbaar voor twintig euro. Daarnaast bevat het zakje een munt van 5 axarquillos (de helft van 1 axarco en goed voor 10 euro) en een munt van 2 axarquillos (4 euro). In het begin, in 1988, functioneerde de munt, toen nog niet in zilver maar van papier, als promesse van vijfhonderd peseta’s. Ebn Beithar De munten én de biljetten werden door Antonio zelf ontworpen. Op elke munt staat een afbeelding van een zon, een druivenrank en de zee; deze combinatie vertegenwoordigt volgens Antonio het beste dat zijn geliefde Axarquía te bieden heeft. Aan de andere zijde van de munt is het profiel te zien van Ebn Beithar, een illustere botanicus en medicus van Arabische oorsprong die stierf in 1216. Antonio koos voor deze man vanwege diens grote visie en het feit dat Ebn Beithar de sinaasappelboom naar Spanje bracht, die voor de regio lange tijd van groot belang was. Tevens maakte Beithar invloedrijke studies van de inheemse de inheemse vegetatie van Spanje en ontdekte in diverse planten medicinale eigenschappen. Uit zijn map tovert Antonio een licht oranje gekleurd biljet van 5 axarco’s met het vervolgnummer 07060. Op het biljet staat eveneens de afbeelding van Ebn Beithar naast een tekst die weergeeft dat de eigenaar recht heeft op uitbetaling van vijfhonderd peseta’s. Aan de andere kant van het briefje is ook een afbeelding te zien van Philips de Tweede, de Spaanse koning die in Frigiliana de bloedige opstand onder de Moren op 2 juni 1569 neersloeg. Een belangrijk moment in de geschiedenis van de Axarquía. Naast dit biljet bestaat er nog een rood en een blauw biljet die respectievelijk 1 en 10 Axarco als waarde hebben. De biljetten zijn niet meer in omloop en slechts nog te vinden in musea of in privé-collecties. De munten daarentegen worden op aanvraag gemaakt door een echtpaar in Motril, de kustplaats die door Antonio de wieg van de munt wordt genoemd, met behulp van slechts een kleine machine. Antonio bestelt persoonlijk de vereiste hoeveelheid zilver in Engeland, ‘zilver is daar goedkoper dan in Spanje’ en brengt het naar zijn vrienden Ramón en Jenny. ‘Helaas zijn er ook mensen die het zilver van de munten laten omsmelten om er sierraden van te maken, zodat ze meer waar voor hun geld krijgen.’ In omloop Op de vraag hoe hij het in 1988 voor elkaar heeft gekregen de munt in omloop te brengen zegt hij lachend; ‘via mijn netwerk, dat behoorlijk groot was door de functies die ik naast mijn werk als scheikundige bekleed heb in de lokale politiek. Met mond-tot-mondreclame kreeg ik al snel veel publiciteit en de bevolking steunde het initiatief door massaal axarco’s in te kopen. Antonio was Vice-president van de Diputación de Málaga (het provinciebestuur), maar ook wethouder in Vélez-Málaga. Dat zijn netwerk groot is blijkt ook wel uit het feit dat hij om de haverklap op straat en ook in de Peña uitgebreid wordt begroet. Inmiddels komen de aanvragen voor de Axarco uit heel Spanje en zelfs uit het buitenland, weet hij trots te melden. ‘Een uit de hand gegroeide hobby waar de laatste tijd weer een groeiende belangstelling voor lijkt te zijn.’ Af en toe bezoekt hij de twee banken die axarco’s inwisselen als hij afdaalt van zijn, op 1200 meter hoog liggende huis vlakbij Alhama de Granada. Banco Atlántico en La Caixa beheren beide op aanvraag een kleine voorraad met deze bijzondere munten. In alle dorpen in de streek is de Axarco nog inwisselbaar bij winkels en horecagelegenheden. De axarco in de praktijk Alsof het noodlot de proef op de som wil nemen naar aanleiding van dit interview blijkt dat ik, nadat onze fotograaf al met de auto is vertrokken, mijn portemonnee ben vergeten op het moment dat ik de bus terug naar Málaga wil nemen. Een voor augustus zeer aparte, maar vooral heftige regenbui voegt nog wat vreugde toe aan dit kleine drama. Het zakje axarco’s, dat Antonio mij bij het afscheid overhandigde, is het enige dat ik op zak blijk te hebben. Hoewel het erg zonde zou zijn om de axarco’s meteen weer in te ruilen besluit ik toch om te checken hoe algemeen bekend en inwisselbaar deze munt is. Bij het eerste barretje weet men van niets, maar wellicht is de geringe leeftijd van het personeel daar de oorzaak van. Op naar het tankstation. Ook daar nul op het rekest. Van het bestaan van de axarco weet het personeel wel af maar hun kassa heeft er niets aan. Helaas zijn de banken in Vélez-Málaga op dit uur ook al gesloten. Dan maar een poging wagen bij de buschauffeur van de bus naar Málaga. ‘Het spijt me, maar ik kan u niet helpen’, is het norse antwoord. Dan blijkt een passagier die al in de bus zit het verhaal gehoord te hebben en zegt het kaartje van twee euro vijftig wel te willen betalen. ‘Maak je geen zorgen, het is goed’ reageert deze jonge Spanjaard vriendelijk op de vraag hoe ik het geld bij hem kan terugbezorgen. Wie eventueel van zijn axarco’s af wil zal zich toch iets meer moeite moeten getroosten of zich begeven naar de kleinere dorpen in de regio, want daar zijn de munten beter vertegenwoordigd. Dit verhaal werd geschreven in 2006. Antonio Gámez Burgos stierf op 6 november 2007. Hij werd 72 jaar. Bron:© MeerSpanje.nl/Else Beekman  
Categorie: Geschiedenis

NERJA - Op 11 januari 1959 liepen vijf pubers met van spanning knikkende knieën dieper de zojuist door hen ontdekte grot binnen. Het zwakke licht van hun zaklantaarns verdween in een immense zwarte ruimte.

Lees meer: Stenen kathedraal van Nerja

Categorie: Geschiedenis

Pagina 1 van 3